ECLI:NL:CRVB:2007:BB5755
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Th.C. van Sloten
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante heeft een aanvraag om bijstand ingediend die door de Commissie Sociale Zekerheid van de gemeente Breda is afgewezen wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met [K.], die over inkomsten beschikt gelijk aan of hoger dan de bijstandsnorm.
De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. Appellante voerde aan dat er geen sprake was van een gezamenlijke huishouding omdat niet aan het criterium van wederzijdse zorg werd voldaan en zij vanaf 1 september 2005 op zakelijke basis een kamer huurde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante en [K.] ten tijde van belang in dezelfde woning hun hoofdverblijf hadden en als gehuwden moesten worden aangemerkt volgens artikel 3, vierde lid, aanhef en onder a, van de WWB. De intrekking van de bijstand is daarmee terecht en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen kunnen binnen zes weken beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding wordt bevestigd.