ECLI:NL:CRVB:2009:BH0348
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding en hoger inkomen dan norm echtpaar
Appellante diende een aanvraag om bijstand in, die door het College van burgemeester en wethouders van Groningen werd afgewezen op grond van het voeren van een gezamenlijke huishouding met een partner met een inkomen boven de gehuwdennorm. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante ongegrond en wees verzoeken tot schadevergoeding af.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat appellante en haar partner een gezamenlijke huishouding voeren, waarbij sprake is van wederzijdse zorg die verder gaat dan een zakelijke relatie. Hierdoor moest appellante als gehuwd worden aangemerkt en had zij geen recht meer op bijstand als alleenstaande. De Raad vernietigde een deel van het besluit van het College wegens een procedurele fout, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
De Raad oordeelde verder dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en dat de rechtbank terecht het bezwaar tegen het uitblijven van een beslissing niet-ontvankelijk had verklaard. Verzoeken tot schadevergoeding werden afgewezen, maar het College werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van appellante.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens gezamenlijke huishouding met een partner met een hoger inkomen dan de norm voor een echtpaar wordt bevestigd en verzoeken tot schadevergoeding worden afgewezen.