ECLI:NL:CRVB:2007:BB5899
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid voor maatgevende arbeid zonder urenbeperking
Appellant, werkzaam als docent wiskunde, vroeg een WAO-uitkering aan na uitval door locomotore klachten ten gevolge van een verkeersongeval. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef de medische beoordeling dat appellant geschikt is voor zijn functie zonder urenbeperking.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij vanwege psychische en lichamelijke beperkingen geen duurzaam benutbare arbeid kon verrichten en dat een urenbeperking van 30 uur per week hem ongeschikt maakte. De Raad volgde dit niet en bevestigde dat de medische rapporten geen aanwijzingen bevatten voor volledige arbeidsongeschiktheid of urenbeperking.
De Raad nam daarbij mee dat de aanvankelijke urenbeperking in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 19 augustus 2003 was vervallen na intern overleg op 20 november 2003, waarbij een aangepaste FML zonder urenbeperking werd opgesteld. De functie van appellant bood mogelijkheden om stretchoefeningen te doen tijdens pauzes, waardoor een urenbeperking niet noodzakelijk was. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellant geschikt is voor zijn maatgevende arbeid zonder urenbeperking.