ECLI:NL:CRVB:2007:BB5903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering ondanks beroep op vertrouwensbeginsel en psychische problemen
Appellant ontving sinds 1989 een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, terwijl hij sinds oktober 1989 werkzaam was binnen de Wet sociale werkvoorziening (WSW). Het UWV paste artikel 44 van Pro de WAO toe en corrigeerde de uitkering naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid, waarna het teveel betaalde bedrag werd teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond vanwege het ontbreken van hoor en wederhoor, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV het vertrouwensbeginsel had geschonden door eerdere communicatie en nabetalingen, en dat zijn psychische problemen een dringende reden vormden om af te zien van terugvordering.
De Raad oordeelde dat artikel 44 van Pro de WAO correct was toegepast en dat het UWV niet in strijd met het vertrouwensbeginsel had gehandeld. De eerdere brieven en nabetalingen gaven geen recht op de hogere uitkering. Ook was er geen sprake van een dringende reden op grond van de psychische toestand van appellant. De terugvordering werd daarom bevestigd.
De Raad wees verder op het belang van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, maar zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 oktober 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de te veel ontvangen WAO-uitkering en wijst het beroep van appellant af.