ECLI:NL:CRVB:2007:BB5913
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Weigering Ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen werk ondanks voet- en beenklachten
Appellante werkte sinds februari 2004 als champignonplukster, een staand en lopend beroep. Vanaf april 2004 meldde zij zich ziek vanwege klachten aan haar benen en voeten. Medisch onderzoek wees op platvoeten en veneuze insufficiëntie, met een progressieve aard. Het UWV weigerde haar Ziekengeld omdat zij bij aanvang van haar dienstverband al arbeidsongeschikt zou zijn geweest.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, onderbouwd door medische rapporten van verzekeringsartsen die stelden dat zij geschikt was voor haar werk. Appellante voerde aan dat haar klachten haar werk onmogelijk maakten en dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met verklaringen van haar werkgever, fysiotherapeute, podoloog en sportarts.
De Raad oordeelde dat de medische onderbouwing van het UWV en de bezwaarverzekeringsartsen overtuigend was en dat de verklaringen van de werkgever en fysiotherapeute geen doorslaggevende waarde hadden. De Raad vond geen aanleiding voor een deskundigenonderzoek en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van Ziekengeld omdat appellante geschikt was voor haar werk op de ingangsdatum.