ECLI:NL:CRVB:2007:BB6019
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vrijstelling premiebetaling AOW-verzekering
Appellante ontvangt sinds 1984 een Hinterbliebenenrente uit Duitsland en woont sinds 1985 in Nederland. Zij verzocht de Sociale verzekeringsbank (Svb) om vrijstelling van de AOW-verzekeringsplicht omdat zij vanaf haar 65e geen AOW-uitkering wilde ontvangen en voldoende inkomsten had.
De Svb wees het verzoek af omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarden voor vrijstelling. De rechtbank bevestigde deze weigering en stelde vast dat appellante niet aan de criteria voldeed. Appellante richtte haar bezwaar vooral op de dubbele belasting- en premieheffing tussen Nederland en Duitsland, maar dit was niet relevant voor de beoordeling van het geschil.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de Svb terecht de vrijstelling had geweigerd. Er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Svb om appellante vrijstelling van de AOW-premie te verlenen.