ECLI:NL:CRVB:2007:BB6122
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- G. van der Wiel
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering bijstandsuitkering wegens vervallen grondslag gezamenlijke huishouding
In deze zaak ging het om een hoger beroep van appellant tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Hertogenbosch tot terugvordering van bijstandskosten die aan een derde waren verstrekt. Het College had bij besluit van 26 mei 2005 een bedrag van € 37.572,43 teruggevorderd, dat later bij besluit van 16 mei 2006 was beperkt tot € 3.394,80 over de periode van 1 juli 1997 tot en met 22 maart 1998.
De rechtbank had het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het College ten onrechte had aangenomen dat sprake was van een gezamenlijke huishouding zoals bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Algemene bijstandswet. Hierdoor ontbrak de wettelijke grondslag voor terugvordering op grond van artikel 59, tweede lid, van de WWB.
De Raad vernietigde daarom het besluit van 16 mei 2006 en herroept het besluit van 26 mei 2005 voor zover het de medeterugvordering betreft. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellant, inclusief vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van bijstandskosten wordt vernietigd en herroepen wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.