Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2007:BB6194

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 september 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/2538 ZFW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam, waarin haar beroep tegen een besluit van VGZ Zorgverzekeraar niet-ontvankelijk werd verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn.

De Centrale Raad van Beroep overweegt dat appellante niet tijdig een beroepschrift heeft ingediend. Het verzoek om voorlopige voorziening dat op 31 januari 2006 werd gefaxt en per post werd verzonden, bevatte geen beroepschrift. De Raad ziet geen grond om dit verzoek als beroepschrift te beschouwen.

De rechtbank heeft de gemachtigde van appellante tweemaal gewezen op het ontbreken van een beroepschrift en hem de gelegenheid gegeven dit alsnog te doen, maar het beroepschrift werd pas op 10 maart 2006 ingediend, gedateerd op 31 januari 2006, wat te laat is. Daarom wordt de niet-ontvankelijkverklaring bevestigd en worden de proceskosten niet toegewezen.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

06/2538 ZFW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante]
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 4 april 2006, 06/512 en 06/1533 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
VGZ Zorgverzekeraar N.V., gevestigd te Eindhoven( hierna: VGZ)
Datum uitspraak: 12 september 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. J. de Groot, rechtskundig adviseur te Zaandam, hoger beroep ingesteld.
VGZ heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 29 augustus 2007. Partijen zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
Voor een overzicht van de feiten en de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank - voor zover thans van belang - het namens appellante ingestelde beroep tegen het besluit op bezwaar van VGZ van 19 januari 2006 niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn.
Namens appellante is in hoger beroep - opnieuw - aangevoerd dat, anders dan de rechtbank heeft aangenomen, wel tijdig een beroepschrift is ingediend.
De Raad volgt de gemachtigde van appellante hierin niet. Uit de gedingstukken blijkt dat op 31 januari 2006 een verzoek om voorlopige voorziening, met daarbij gevoegd - slechts - het besluit van 19 januari 2006, aan de rechtbank is gefaxt. Het verzoek om voorlopige voorziening is op 31 januari 2006 ook via de - gewone - post aan de rechtbank gezonden, waar het op 1 februari 2006 is ingekomen. Ook daarbij was geen beroepschrift gevoegd. De Raad ziet, gelet op de bewoordingen daarvan, ook geen aanknopingspunt om het verzoek om voorlopige voorziening tevens op te vatten als een beroepschrift. De Raad wijst er verder nog op dat de rechtbank de gemachtigde tot tweemaal toe erop heeft gewezen dat nog geen beroepschrift was ingediend en hem daarbij in de gelegenheid heeft ingesteld dit alsnog te doen. De gemachtigde heeft echter niet eerder dan op 10 maart 2006 een, op 31 januari 2006 gedateerd, beroepschrift aan de rechtbank gezonden.
Uit het voorgaande volgt dat de aangevallen uitspraak - voor zover aangevochten - moet worden bevestigd.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van C.H.T.W. van Rooijen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 12 september 2007.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) C.H.T.W. van Rooijen.
PR