ECLI:NL:CRVB:2007:BB6203
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.H.M. Roelofs
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand voor bouwkundige expertise
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van een bouwtechnische expertise van de woning waar zijn moeder huurt. Het College wees de aanvraag af omdat appellant niet de huurder is en de kosten niet als noodzakelijke kosten van bestaan konden worden aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat de factuur gericht was aan de moeder als huurder en dat de kosten daarom niet aan appellant konden worden toegerekend, ook niet omdat appellant al lange tijd op het adres woont en de bouwkundige staat zijn woongenot beïnvloedt.
De Raad stelde vast dat het feit dat appellant de kosten later aan zijn moeder heeft vergoed niet relevant is voor de beoordeling. Daarom is de weigering van bijzondere bijstand terecht en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand omdat de kosten niet aan appellant zijn toe te rekenen.