ECLI:NL:CRVB:2007:BB6204
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beperking arbeidsongeschiktheidsuitkering tot 85% wegens onvoldoende hulpbehoevendheid
Appellant had een verhoging van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering tot 100% van de grondslag aangevraagd, maar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) beperkte deze verhoging tot 85% vanwege gewijzigde omstandigheden na de echtscheiding en het verkrijgen van huishoudelijke hulp en thuiszorg.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beperking ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat zijn hulpbehoevendheid werd onderschat, omdat hij bij vrijwel alle essentiële dagelijkse levensverrichtingen hulp nodig heeft en continue oppassing vereist is.
De Raad overwoog dat volgens de beleidsregels voor verhoging van de uitkering tot 100% sprake moet zijn van hulp bij alle of nagenoeg alle essentiële dagelijkse levensverrichtingen (geregelde verzorging) of min of meer continue oppassing (geregelde oppassing) in de beperkte uitleg. De Raad concludeerde dat appellant niet langer aan deze criteria voldoet, omdat hij zelfstandig veel handelingen kan verrichten en de hulp die hij ontvangt niet neerkomt op min of meer continue oppassing.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De uitkering van appellant wordt beperkt tot 85% van de grondslag vanwege onvoldoende hulpbehoevendheid volgens de beperkte uitleg.