ECLI:NL:CRVB:2007:BB6393
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en vermogenstoerekening
Appellante ontving sinds 1999 algemene bijstand naast haar AOW-pensioen. Naar aanleiding van signalen van de Belastingdienst over twee bankrekeningen op haar naam, startte het College een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand. Hierbij werd vastgesteld dat op 13 januari 2005 een bedrag van € 20.890 per kas was opgenomen van de Fortisrekening, die kort daarna werd opgeheven.
Het College trok daarop de bijstand per 1 februari 2005 in en wees een nieuwe aanvraag van 7 april 2005 af, omdat appellante geen uitleg gaf over de besteding van het opgenomen bedrag. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of zij toen nog over vermogen beschikte of bijstandsbehoevend was. De voorzieningenrechter bevestigde dit besluit.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat het College terecht het opgenomen tegoed als vermogen heeft aangemerkt en dat de weigering van bijstand gerechtvaardigd is vanwege schending van de inlichtingenplicht. Omdat appellante geen informatie verstrekte over de besteding van het geld, kon niet worden vastgesteld of zij recht had op bijstand. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenplicht en het niet kunnen vaststellen van bijstandsbehoevendheid.