ECLI:NL:CRVB:2007:BB6445
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Nieuwe aanvraag WAJONG-uitkering leidt tot ontvankelijkheid bezwaar en terugwijzing zaak
Appellant diende een aanvraag in voor een WAJONG-uitkering die door het UWV werd geweigerd wegens niet-rechtmatig verblijf in Nederland. Na een brief van appellant waarin hij zijn nieuwe adres doorgeeft en aangeeft weer in Nederland te wonen, weigerde het UWV opnieuw de uitkering toe te kennen. De rechtbank oordeelde dat het tweede besluit geen besluit in de zin van de Awb was en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn brief van 24 mei 2005 als een nieuwe aanvraag moest worden gezien, waardoor het bezwaar ontvankelijk was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de brief inderdaad een nieuwe aanvraag inhoudt, omdat appellant hiermee aangaf weer ingezetene te zijn en alsnog in aanmerking te willen komen voor de uitkering.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug naar de rechtbank voor inhoudelijke beoordeling. Tevens veroordeelde de Raad het UWV voor de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: De brief van appellant wordt als nieuwe aanvraag gezien, bezwaar is ontvankelijk en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.