ECLI:NL:CRVB:2007:BB6449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging UWV-besluit herbeoordeling arbeidsongeschiktheid en in stand laten rechtsgevolgen
Appellant, die sinds 1991 een WAO-uitkering ontvangt wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, werd in 2002 herbeoordeeld door het UWV waarbij de uitkering werd herzien naar 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid. Tijdens bezwaar werd aanvullende informatie van een psychiater opgevraagd, maar deze werd pas na het besluit ontvangen. Het bezwaar werd ongegrond verklaard.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens het formele gebrek dat het UWV het psychiaterrapport niet had afgewacht, maar gaf geen opdracht tot het nemen van een nieuw besluit. Het UWV nam desalniettemin een nieuw besluit dat inhoudelijk gelijk was aan het eerdere. Dit nieuwe besluit werd door de rechtbank bevestigd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het nemen van een nieuw zorgvuldig voorbereid besluit, ook al was het formeel niet opgedragen, mogelijk is en dat dit besluit inhoudelijk juist is. De Raad stelt vast dat de medische beoordeling zorgvuldig is en dat de belastbaarheid van appellant juist is vastgesteld. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het UWV-besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven ongewijzigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.