ECLI:NL:CRVB:2007:BB6456
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing weigering WAO- en ZW-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid
Appellant, die in 1997 zijn werkzaamheden staakte vanwege longklachten, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend. Na herbeoordelingen besloot het Uwv de WAO-uitkering in te trekken en de ZW-uitkering te beëindigen, omdat appellant niet langer arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het WAO-besluit ongegrond en vernietigde het ZW-besluit wegens strijd met de Awb.
In hoger beroep betoogde appellant dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische en lichamelijke beperkingen, en dat werkhervatting schade aan zijn gezondheid zou veroorzaken. De Raad onderschreef het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts dat appellant op de relevante data niet meer dan beperkte beperkingen had en dat de arbeid als magazijnmedewerker passend was.
De Raad oordeelde dat het WAO-besluit terecht was gehandhaafd, maar dat het ZW-besluit ondeugdelijk was gemotiveerd omdat de maatstaf arbeid onjuist was toegepast. Daarom vernietigde de Raad het ZW-besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens veroordeelde de Raad het Uwv tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het WAO-besluit wordt afgewezen, het beroep tegen het ZW-besluit wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd met inachtneming van de rechtsgevolgen.