ECLI:NL:CRVB:2007:BB6602
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking Ioaz-uitkering wegens onjuiste inkomensverrekening
Appellant, exploitant van een personeeladviesbureau, en zijn echtgenote, die een schoonheids-pedicuresalon runde, ontvingen een Ioaz-uitkering na beëindiging van het bedrijf van appellant. Het College trok deze uitkering in omdat het gezamenlijke inkomen boven de norm lag, waarbij de winst van de echtgenote als inkomen werd meegeteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de inkomsten van de echtgenote terecht in aanmerking waren genomen. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het College de winst van de echtgenote ten onrechte heeft meegeteld, omdat het toepasselijke Inkomensbesluit Ioaz deze winst niet als inkomen rekent.
Hoewel het besluit van 15 januari 2005 vernietigd wordt wegens ondeugdelijke motivering, laat de Raad de rechtsgevolgen van dit besluit in stand omdat de echtgenote haar beroep niet had beëindigd, waardoor geen recht op Ioaz-uitkering bestond. De Raad veroordeelt het College tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de Ioaz-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.