ECLI:NL:CRVB:2007:BB6644
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- H. Bolt
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit ondanks visusproblemen appellant
Appellant kreeg per 1 maart 2004 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%. Hij maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat de geselecteerde functies vanwege zijn visusproblemen een verhoogd risico op ongevallen kennen en daarom niet passend zijn. Tevens stelde hij dat het maatmanloon te laag was vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de belastbaarheid van appellant zorgvuldig was vastgesteld op basis van een functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 1 maart 2004, waarin zijn visusproblemen en beperkingen duidelijk waren weergegeven. De bezwaarverzekeringsarts onderschreef deze beoordeling. De Raad vond geen medische aanwijzingen die een andere beoordeling rechtvaardigden.
De Raad verwierp de stelling van appellant dat de geselecteerde functies ongeschikt zijn vanwege verhoogde risico's, omdat deze niet strookte met de FML en de rapporten van de bezwaararbeidsdeskundigen die de geschiktheid bevestigden. Ook de klacht over het maatmanloon werd niet gehonoreerd omdat een verhoging van 2,5% niet tot een hogere arbeidsongeschiktheidsklasse zou leiden.
Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot toekenning van een WAO-uitkering met 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.