ECLI:NL:CRVB:2007:BB6762
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herbeoordeling arbeidsinschakelingsverplichtingen bij WWB-uitkering ondanks psychische arbeidsongeschiktheid
Appellant ontvangt sinds 1980 een bijstandsuitkering, laatstelijk op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). In 1998 werd hij op basis van een medisch advies vrijgesteld van arbeidsinschakelingsverplichtingen vanwege blijvende psychische arbeidsongeschiktheid. Bij de omzetting van de bijstand naar een WWB-uitkering in 2005 legde het College hem echter opnieuw de verplichting op mee te werken aan een arbeidsgeschiktheidskeuring.
Appellant maakte bezwaar tegen deze verplichting en voerde onder meer aan dat het herkeuren in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, omdat vergelijkbare WAO-gerechtigden van zijn leeftijd niet worden herkeurd. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en ook in hoger beroep werd dit oordeel bevestigd.
De Raad oordeelt dat bijstandsverlening gericht is op het stimuleren van betaald werk en het vergroten van kansen op de arbeidsmarkt. Daarom moet periodiek worden beoordeeld of arbeidsinschakelingsverplichtingen opnieuw moeten worden opgelegd of ontheffingen voortgezet. Een definitieve ontheffing zonder tijdsbepaling is in strijd met deze doelstelling.
Het College heeft in redelijkheid gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid om appellant te verplichten mee te werken aan een nieuw medisch onderzoek. Het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de situatie van WAO-gerechtigden niet volledig vergelijkbaar is met die van arbeidsongeschikten met een bijstandsuitkering. De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat het College terecht een nieuw medisch onderzoek en arbeidsinschakelingsverplichtingen kan opleggen ondanks eerdere vrijstelling.