ECLI:NL:CRVB:2007:BB6830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling solidariteitsheffing als premieplichtig loon en rechtsgevolg OR-heffingen
Betrokkene voerde bezwaar tegen het standpunt van het Uwv dat de solidariteitsheffing, opgelegd op het loon van werknemers, als premieplichtig loon moet worden aangemerkt. Deze heffing was onderdeel van een sociaal plan bij herstructurering, waarbij werknemers instemden met een loonoffer ten behoeve van een stichting die oud-werknemers ondersteunde.
De rechtbank had geoordeeld dat het Uwv terecht de solidariteitsheffing als loon in de zin van de Coördinatiewet Sociale Verzekering heeft aangemerkt en dat de heffing niet als negatief loon kan worden beschouwd. Betrokkene ging hiertegen in hoger beroep, stellende dat het bedrag nooit door werknemers is genoten en dat het als negatief loon moet worden aangemerkt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het standpunt van het Uwv en de rechtbank. De solidariteitsheffing is een inhouding op het brutoloon en maakt deel uit van het premieplichtige loon. De inhouding kan niet worden gezien als negatief loon omdat het niet voortvloeit uit een prestatie jegens de stichting. Tevens oordeelde de Raad dat de OR-heffingen wel degelijk op rechtsgevolg zijn gericht, waardoor het beroep tegen het besluit van 18 juni 2003 ontvankelijk is.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen ongegrond. Tevens verviel de grondslag voor proceskostenveroordeling. Partijen kunnen tegen deze uitspraak cassatie instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De solidariteitsheffing wordt als premieplichtig loon aangemerkt en de OR-heffingen zijn op rechtsgevolg gericht; de beroepen worden ongegrond verklaard.