ECLI:NL:CRVB:2007:BB6905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Betaling ziekengeld arbeidsgehandicapte werknemer vanaf datum ziekmelding
Appellante betwistte het besluit van het UWV om ziekengeld pas te laten ingaan vanaf de datum van melding van arbeidsongeschiktheid op 20 februari 2004, terwijl zij eerder ziekmeldingen via SAZAS had gedaan. De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de verantwoordelijkheid voor tijdige ziekmelding bij de werkgever ligt en dat het UWV geen ziekengeld hoeft te betalen voor perioden voorafgaand aan de melding aan het UWV.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat de bepalingen van artikel 38a van de Ziektewet dwingend zijn en dat het UWV terecht geen ziekengeld uitkeert voor perioden vóór de melding aan het UWV. De Raad wijst erop dat het risico van een te late melding via SAZAS voor rekening van appellante blijft, omdat SAZAS geen gelieerde stichting van het UWV was en er geen gerechtvaardigde verwachting was dat een ziekmelding aan SAZAS voldoende was.
De Raad vernietigt echter het deel van de uitspraak van de rechtbank dat niet heeft beslist over het bezwaar tegen het besluit van 30 augustus 2004 met betrekking tot ziektegevallen in 2002 en 2003. Dit beroep verklaart de Raad ongegrond, bevestigt de rest van de uitspraak en veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het UWV hoeft ziekengeld niet te betalen voor perioden vóór de datum van melding aan het UWV, waarbij de verantwoordelijkheid voor tijdige ziekmelding bij de werkgever ligt.