ECLI:NL:CRVB:2007:BB6949
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante was tot 28 maart 2002 werkzaam als chefkok en viel uit wegens nek- en armklachten. Het UWV weigerde haar een WAO-uitkering toe te kennen omdat zij na de wachttijd van 52 weken minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Deze beslissing werd gehandhaafd na bezwaar en door de rechtbank Amsterdam bevestigd.
In hoger beroep stelde appellante dat haar medische beperkingen werden onderschat en dat zij niet in staat was tot arbeid. Zij onderbouwde dit met medische verklaringen, waaronder van orthopeden die pijnklachten als gevolg van cervicale artrose bevestigden. Ook stelde zij dat de voorgehouden functies niet binnen haar beperkingen passen en dat zij niet over de vereiste ervaring beschikt voor de functie van acquisiteur.
De Raad oordeelde dat het UWV de beperkingen van appellante op een gedegen wijze had vastgesteld, rekening houdend met medische rapportages van specialisten en verzekeringsartsen. De Raad vond de medische informatie van derden niet miskend en concludeerde dat appellante niet meer beperkt is dan vastgesteld. Tevens werd geoordeeld dat de voorgehouden functies passend zijn bij haar belastbaarheid en dat twijfels hierover voldoende zijn weerlegd.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.