ECLI:NL:CRVB:2007:BB6997
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkeringsbesluit ondanks medische bezwaren over arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft haar werkzaamheden als groepsleerkracht moeten staken wegens vermoeidheid en lichamelijke klachten. Na afloop van de wachttijd is een WAO-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Het UWV heeft het bezwaar tegen dit besluit ongegrond verklaard, en de rechtbank heeft dit bevestigd.
In hoger beroep handhaaft appellante haar standpunt dat haar beperkingen ernstiger zijn dan vastgesteld, onderbouwd met een brief van haar internist waarin een bacteriële oorzaak van haar klachten wordt genoemd. De Raad stelt echter vast dat de medische beoordeling zorgvuldig is uitgevoerd en dat er geen objectieve medische gegevens zijn die een zwaardere beperking rechtvaardigen.
De Raad wijst op de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts die de bevindingen van de internist weerlegt en concludeert dat appellante in staat is tot lichte werkzaamheden zonder verdere urenbeperking. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot toekenning van de WAO-uitkering op basis van 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.