ECLI:NL:CRVB:2007:BB7011
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging UWV-besluit wegens onvoldoende medische motivering arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het UWV-besluit waarin zijn arbeidsongeschiktheid per 13 maart 2002 werd vastgesteld op 25 tot 35%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische rapportages zorgvuldig en volledig waren. Appellant verwees in hoger beroep naar een psychiatrisch rapport van Middelweerd uit 2004, dat volgens hem een hogere mate van arbeidsongeschiktheid bevestigde.
De Raad vroeg het UWV om toelichting op het verschil tussen de beperkingen vastgesteld in 2002 en de zwaardere beperkingen uit 2004, maar het UWV kon dit verschil onvoldoende verklaren. De verzekeringsarts Zwemer, die de latere beoordeling opstelde, was niet verschenen om toelichting te geven. De Raad constateerde dat de medische grondslag van het besluit ontoereikend was en vernietigde het besluit.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant en het terugbetalen van het betaalde griffierecht. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit met inachtneming van de overwegingen van de Raad.
Uitkomst: Het UWV-besluit over arbeidsongeschiktheid wordt vernietigd wegens onvoldoende medische motivering en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.