ECLI:NL:CRVB:2007:BB7238
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als kraanmachinist, meldde zich op 18 november 2002 ziek met rugklachten. Medisch onderzoek door verzekeringsarts Schoorl en orthopedisch chirurg Van Jonbergen concludeerde dat er sprake was van chronische aspecifieke lage rugpijn met beperkte beperkingen, vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
Het UWV weigerde op 6 april 2004 een WAO-uitkering met ingang van 15 november 2003 omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. Bezwaar en beroep werden ongegrond verklaard. De bezwaarverzekeringsarts Admiraal en arbeidsdeskundige Den Hartog onderschreven de beperkte belastbaarheid en de keuze van passende functies voor de restverdiencapaciteit.
In hoger beroep bracht appellant aanvullende medische informatie in, waaronder rapporten van neurologen Jansen en Smits, maar deze gaven geen aanleiding tot een ander oordeel. De Raad concludeerde dat de beperkingen op de datum in geschil niet zwaarder waren dan eerder vastgesteld en bevestigde de eerdere uitspraken. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid per 15 november 2003.