ECLI:NL:CRVB:2007:BB7243
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WAO-uitkeringsweigering en zorgvuldigheid UWV-besluit
Het UWV weigerde aan betrokkene een WAO-uitkering toe te kennen omdat hij op de peildatum minder dan 15% arbeidsongeschikt was. Betrokkene maakte bezwaar, dat door het UWV ongegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens schending van het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel, met name vanwege tegenstrijdigheden in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) over de zitbeperkingen van betrokkene.
Zowel het UWV als betrokkene gingen in hoger beroep. Betrokkene voerde aan dat zijn rug- en psychische klachten onvoldoende waren meegewogen, maar de Raad concludeerde dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsartsen. Het UWV stelde dat de rechtbank de toelichting op de zitduur verkeerd had geïnterpreteerd; een aanvullend rapport bevestigde dat de belastbaarheid van betrokkene passend was.
De Raad bevestigde dat het bestreden besluit onzorgvuldig was voorbereid, maar oordeelde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand konden blijven omdat de functies passend waren. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het bestreden besluit werd vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven gehandhaafd. Het UWV werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens schending van zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.