ECLI:NL:CRVB:2007:BB7402
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag erkenning als vervolgde en periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Appellant, geboren in 1918, diende in augustus 2005 een aanvraag in bij de Pensioen- en Uitkeringsraad om erkenning als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 en om toekenning van een periodieke uitkering. Hij stelde dat hij tweemaal vrijheidsberoving had ondergaan wegens onttrekking aan verplichte tewerkstelling, onder meer in een strafkamp te Essen-Mülheim en later in Kamp Amersfoort en een kamp in Düsseldorf.
De aanvraag werd door verweerster afgewezen omdat het onderzoek bij onder andere het Nederlandse Rode Kruis, het IOM en lokale archieven geen bevestiging opleverde van de door appellant opgegeven vrijheidsberoving. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd gehandhaafd bij het bestreden besluit van 19 december 2006.
De Centrale Raad overwoog dat de Wet vervolging definieert als vrijheidsberoving door de vijandelijke bezettende macht wegens onttrekking aan verplichte tewerkstelling, maar dat erkenning niet uitsluitend op basis van de eigen verklaring kan plaatsvinden. Ondanks het betrouwbare relaas van appellant en het zorgvuldige onderzoek ontbrak het aan objectief bewijs. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot erkenning als vervolgde en toekenning van een periodieke uitkering wordt afgewezen.