ECLI:NL:CRVB:2007:BB7421
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht over woonsituatie
Appellant ontving bijstand in de gemeente Roermond na verhuizing vanuit Venlo. Naar aanleiding van informatie over zijn echtscheiding startte het College een onderzoek naar zijn woon- en leefsituatie. Na een huisbezoek op het opgegeven adres bleek appellant geen feitelijke woonplaats te hebben; de woning was vrijwel oningericht en er ontbraken levensmiddelen en persoonlijke bezittingen.
Het College beëindigde daarom de bijstandsuitkering met ingang van 1 november 2005 wegens schending van de inlichtingenplicht, omdat appellant geen duidelijkheid gaf over zijn woonsituatie. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, wat appellant in hoger beroep aanvocht.
De Raad overweegt dat het College bevoegd was de uitkering in te trekken op grond van artikel 54, derde lid, WWB. Het beleid van het College om bij schending van de inlichtingenplicht tot intrekking over te gaan, wordt als redelijk beoordeeld. Appellants argumenten leiden niet tot een ander oordeel. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering per 1 november 2005 wordt bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht over de feitelijke woonsituatie.