ECLI:NL:CRVB:2007:BB7476

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
04-3841 TW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 8:75 AwbToeslagenwetWet Beperking export uitkeringenInvoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Brief UWV geen besluit in zin van Awb, bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard

Appellant maakte bezwaar tegen een brief van het UWV waarin werd gewezen op het einde van een toeslag per 1 januari 2003. Het UWV had eerder bij een besluit van 28 november 2000 de afbouw en beëindiging van deze toeslag vastgesteld.

De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar ongegrond, omdat de brief geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro is. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en stelt vast dat de brief slechts een attendering is en geen rechtsgevolg heeft.

De Raad bevestigt daarmee de aangevallen uitspraak en ziet geen aanleiding om artikel 8:75 Awb Pro toe te passen. Het bezwaar tegen de brief is terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: De brief van het UWV is geen besluit in de zin van de Awb en het bezwaar tegen deze brief is terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

04/3841 TW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant],
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 3 juni 2004, 03/981 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 8 november 2007
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 september 2007. Appellant is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door E.C. van der Meer.
II. OVERWEGINGEN
Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding het Uwv in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder het Uwv tevens verstaan het Lisv.
Met een besluit van 28 november 2000 heeft het Uwv appellant meegedeeld dat de toeslag die hij ingevolge de Toeslagenwet ontvangt op grond van de Wet Beperking export uitkeringen zal worden afgebouwd in een periode van 3 jaar en met ingang van
1 januari 2003 geheel wordt beëindigd. Bij brief van 26 november 2002 heeft het Uwv appellant erop gewezen dat hij met ingang van 1 januari 2003 geen toeslag meer zal ontvangen.
Appellant heeft met een brief van 18 december 2002 bezwaar gemaakt tegen de brief van 26 november 2002. Bij beslissing op bezwaar van 23 januari 2003 (het bestreden besluit) heeft het Uwv appellants bezwaar niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de brief van 26 november 2002 niet kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank de zienswijze van het Uwv onderschreven en het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard.
De Raad overweegt als volgt.
Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de brief van 26 november 2002 niet op rechtsgevolg is gericht en derhalve geen besluit is in de zin van de Awb. De intrekking van de toeslag met ingang van 1 januari 2003 was al onderdeel van het besluit van 28 november 2000 en de brief van 26 november 2002 wijzigt de intrekking niet. Ook de Raad ziet de brief van het Uwv van 26 november 2002 slechts als een attendering van appellant op de naderende einddatum van de toeslag. Het tegen de brief van 26 november 2002 gemaakte bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Uit het vorenstaande volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade als voorzitter en H.J. Simon en M. Greebe als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C. Palmboom als griffier, uitgesproken in het openbaar op 8 november 2007.
(get.) M.M. van der Kade.
(get.) A.C. Palmboom.
IJ