ECLI:NL:CRVB:2007:BB7635
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding in hoger beroep WWB
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage inzake een WWB-zaak. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift geen gronden bevatte en appellante, ondanks meerdere termijnen, deze gronden niet heeft ingediend.
Appellante deed verzet tegen deze beslissing, stellende dat er redenen waren voor het verzuim. De Raad heeft dit verzet behandeld en vastgesteld dat de gemachtigde van appellante in gebreke bleef de gronden tijdig in te dienen, ondanks herhaalde kansen. De verklaring van de huisarts bood onvoldoende rechtvaardiging voor het verzuim.
De Raad benadrukte dat de gevolgen van het handelen of nalaten van de gemachtigde voor rekening van appellante komen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.