ECLI:NL:CRVB:2007:BB7919
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op basis van juiste maatmaninkomen en arbeidsongeschiktheid
Appellante was aanvankelijk arbeidsongeschikt verklaard met een hoge mate van arbeidsongeschiktheid, maar het UWV herzag haar uitkering per 16 juni 2004 naar een lagere mate van 15 tot 25% op grond van een nieuwe beoordeling van haar verdiencapaciteit.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze herziening ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de medische beperkingen, waaronder een urenbeperking tot gemiddeld 30 uur per week, juist waren vastgesteld en dat appellante geschikt was voor de geselecteerde functies. Ook het maatmaninkomen werd als correct vastgesteld beoordeeld.
In hoger beroep heeft appellante geen nieuwe feiten of medische informatie aangevoerd die tot een ander oordeel leiden. De Raad acht het maatmaninkomen juist vastgesteld en ziet geen aanleiding om het eerdere oordeel te wijzigen. Er is geen sprake van een onzorgvuldig medisch onderzoek door het UWV.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.