ECLI:NL:CRVB:2007:BB7937
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand voor collegegeld na beëindiging trajectplan
Appellant ontvangt sinds 1992 bijstand en volgde een studie geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Na een geschil werd hem geweigerd co-assistentschappen te volgen, noodzakelijk voor afronding van de studie. Het College verleende eerder bijzondere bijstand voor collegegeld binnen een trajectplan gericht op uitstroom uit de bijstand.
In 2004 werd het verzoek om bijzondere bijstand afgewezen en het trajectplan beëindigd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat een lopend civiel kort geding nog toelating tot co-assistentschappen mogelijk maakt, waardoor inschrijving en afronding van de studie nog mogelijk zijn.
De Raad oordeelt dat geen reëel uitzicht meer bestaat op afronding van de studie, waarmee de bijzondere bijstand niet noodzakelijk is. Het trajectplan kon niet redelijkerwijs worden verlengd. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand en wijst het verzoek om schadevergoeding af.