ECLI:NL:CRVB:2007:BB7946
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Terugvordering voorschot WAO-uitkering ondanks ontbreken beroep tegen weigering
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die het bezwaar van betrokkene tegen de terugvordering van een voorschot op een WAO-uitkering gegrond verklaarde. Betrokkene had geen beroep ingesteld tegen het besluit tot weigering van de WAO-uitkering.
De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard omdat UWV onvoldoende inzicht had gegeven in de redenen voor de late beslissing op de WAO-aanvraag, waardoor niet duidelijk was of onnodig lang voorschotten waren betaald. De Raad stelt echter dat het gebrek in het besluit tot weigering van de WAO-uitkering niet in bezwaar of beroep is aangevochten, waardoor de rechtmatigheid daarvan vaststaat.
De Raad oordeelt dat de terugvordering van het onverschuldigd betaalde voorschot terecht is, omdat geen dringende redenen bestaan om daarvan af te zien. Het beroep van betrokkene tegen de terugvordering wordt daarom ongegrond verklaard. UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene in hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van het onverschuldigd betaalde voorschot wordt ongegrond verklaard.