ECLI:NL:CRVB:2007:BB7992
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- B.M. van Dun
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging draaideurverbod na ontslag ambtenaar Rijkswaterstaat
Appellant, sinds 1975 in vaste dienst bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, vroeg eervol ontslag aan per 1 december 2005 om gebruik te maken van de Remkes-regeling (FPU+). Hij stelde dat hem was toegezegd dat hij na ontslag werkzaamheden zou kunnen blijven verrichten voor Rijkswaterstaat, ondanks het draaideurverbod dat oud-medewerkers verbiedt binnen twee jaar na ontslag weer te werken voor Rijkswaterstaat.
De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat de toezegging die appellant meent te hebben ontvangen, niet heeft bestaan. Uit correspondentie en gesprekken blijkt dat het draaideurverbod uitdrukkelijk is voorgehouden en dat afspraken slechts betrekking hadden op werk na afloop van de tweejaarstermijn.
De Raad overweegt dat een rechtsgeldige toezegging om af te wijken van het draaideurverbod schriftelijk, ondubbelzinnig en ongeclausuleerd moet zijn, wat hier niet het geval is. De aangevallen uitspraak wordt dan ook bevestigd en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen uitzondering op het draaideurverbod kreeg en dat het hoger beroep ongegrond is.