ECLI:NL:CRVB:2007:BB8031
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing beroep tegen besluit VGZ tot afzien van hoorzitting wegens kennelijke ongegrondheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, waarin het beroep tegen het besluit van VGZ Zorgverzekeraar N.V. van 20 april 2006 ongegrond werd verklaard. Appellant stelde dat VGZ ten onrechte had afgezien van het horen in bezwaar wegens kennelijke ongegrondheid, zoals bedoeld in artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht.
De Centrale Raad van Beroep heeft het aangevochten gedeelte van de uitspraak van de rechtbank onderschreven en verwijst naar de uitvoerige overwegingen van de rechtbank. Er is geen aanleiding om het besluit van VGZ te vernietigen of het hoger beroep gegrond te verklaren.
De Raad heeft tevens geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter T.G.M. Simons en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat VGZ terecht heeft afgezien van het horen van appellant wegens kennelijke ongegrondheid van het bezwaar.