ECLI:NL:CRVB:2007:BB8036
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering toeslag na beëindiging samenwoning
Appellant ontving vanaf 1 februari 1997 een toeslag op zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens samenwoning. Vanaf 1 november 2001 gaf hij aan niet meer samen te wonen. Het UWV trok vervolgens de toeslag met terugwerkende kracht in en vorderde het onverschuldigd betaalde bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het voor appellant duidelijk was dat het recht op toeslag verviel bij beëindiging van samenwoning. Dringende redenen om van terugvordering af te zien, zoals onaanvaardbare financiële gevolgen, werden niet erkend.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij deze overwegingen. Hoewel het UWV erkent dat de toeslag te lang werd doorbetaald en excuses aanbiedt, blijft de terugvordering rechtmatig. Appellant heeft zijn informatieplicht niet geschonden, maar voldeed vanaf 1 november 2001 niet meer aan de voorwaarden. De Raad bevestigt de uitspraak en wijst op de mogelijkheid om op grond van artikel 20 TW Pro kwijtschelding te verzoeken bij gedeeltelijke terugbetaling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de toeslag en wijst het hoger beroep af.