ECLI:NL:CRVB:2007:BB8085
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- B.M. van Dun
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Ontslag na extern herplaatsingstraject bij Werkvoorzieningsschap Nijmegen en Omgeving
Betrokkene trad in 1999 in dienst bij Werkvoorzieningsschap Nijmegen en Omgeving (Breed) als controller/hoofd stafdienst FEZ. Door organisatieveranderingen verviel zijn functie en werd hij herschikker met een plaatsing in een niet-reële functie, bedoeld om een passende functie te vinden. In 2003 werd een overeenkomst gesloten die het herplaatsingstraject verlengde, gericht op externe herplaatsing.
In 2004 volgde een nieuwe reorganisatie waarbij betrokkene opnieuw herschikker werd en niet geplaatst werd op interne functies waarvoor hij belangstelling had. Hij werd geplaatst bij de afdeling Personeel en Organisatie voor outplacement. Het ontslag werd per 1 maart 2005 verleend op grond van de Arbeidsvoorwaardenregeling (AVR).
De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard, maar de Raad oordeelt anders: de overeenkomst uit 2003 beperkte het herplaatsingstraject tot externe herplaatsing, waardoor het niet verplicht was betrokkene intern te plaatsen. Het ontslag was rechtsgeldig, maar de opzegtermijn werd niet in acht genomen, waardoor het besluit over de ingangsdatum van het ontslag wordt vernietigd. Tevens wordt het besluit van november 2006 vernietigd omdat de grondslag is komen te vervallen.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslagbesluit wordt ongegrond verklaard, maar het besluit over de ingangsdatum van het ontslag wordt vernietigd vanwege het niet in acht nemen van de opzegtermijn.