ECLI:NL:CRVB:2007:BB8097
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over verrekening inkomsten tijdens opleiding met WAO-uitkering
Appellante ontving een WAO-uitkering die werd herzien vanwege inkomsten uit arbeid tijdens haar opleidingen en werkzaamheden. Het UWV had de uitkering aangepast op grond van artikel 44 van Pro de WAO, omdat zij gedurende bepaalde periodes inkomsten had genoten uit productieve werkzaamheden en opleidingen.
Appellante voerde aan dat de vergoedingen tijdens haar opleidingen als zakgeld moesten worden gezien en niet als inkomsten uit arbeid, en dat gemaakte onkosten in mindering gebracht moesten worden. De Raad oordeelde dat de vergoedingen wel degelijk loonwaarde hadden en dus als inkomsten uit arbeid moesten worden aangemerkt. Daarnaast was appellante niet in staat aannemelijk te maken welke kosten zij had gemaakt.
Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan door het bevoegde orgaan. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.