ECLI:NL:CRVB:2007:BB8124
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling mate arbeidsongeschiktheid en verlies verdiencapaciteit
Appellante, die arbeidsongeschikt was verklaard met een mate van 25 tot 35%, meldde toegenomen gezondheidsklachten bij het UWV. Na onderzoek door verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige stelde het UWV vast dat haar beperkingen ongewijzigd waren en dat zij geschikt was voor bepaalde functies met bijbehorende verdiensten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het besluit van 9 juni 2005 niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit van 19 september 2005 ongegrond, omdat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de medische informatie van behandelende specialisten was betrokken. Appellante bracht geen nieuwe medische informatie in die het oordeel zou kunnen wijzigen.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen onvoldoende waren gewaardeerd en dat zij meer beperkingen ondervond. Ook betwijfelde zij de realiteitswaarde van de voor haar geschikte functies. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het UWV terecht het verlies aan verdiencapaciteit heeft vastgesteld en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.