ECLI:NL:CRVB:2007:BB8234
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit bij geschil over arbeidsongeschiktheid en belastbaarheid
Appellante, werkzaam als productiemedewerker railassemblage, meldde zich ziek met arm-, nek- en rugklachten. Het UWV kende haar een WAO-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies passend waren.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stelling van volledige arbeidsongeschiktheid en vroeg zij om benoeming van een onafhankelijke medisch deskundige. Zij stelde dat het medisch onderzoek onvoldoende was en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) niet alle beperkingen bevatte. De Centrale Raad van Beroep vond echter dat het medisch onderzoek adequaat was uitgevoerd en dat de extra beperkingen onvoldoende waren onderbouwd.
De Raad sloot zich aan bij de overwegingen van de rechtbank en concludeerde dat de belastbaarheid van appellante niet werd overschreden door de geduide functies, waaronder productiemedewerker textiel. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het bestreden besluit van het UWV.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV tot toekenning van een WAO-uitkering met 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.