ECLI:NL:CRVB:2007:BB8235
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- E. Dijt
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks medische bezwaren appellant
Appellant, sinds 1980 arbeidsongeschikt wegens psychische klachten, kreeg een WAO-uitkering van 80-100%. Na een medisch onderzoek in 2003 bleek hij lichamelijk en psychisch in staat tot normaal functioneren, met als enige beperking het niet kunnen verrichten van zware arbeid. De arbeidsdeskundige stelde een verdiencapaciteitverlies van 25-35% vast, waarop het UWV de uitkering herzag.
Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, stellende dat hij psychische en cognitieve beperkingen ondervindt door een chronische aanpassingsstoornis met angst en depressie, en pijnklachten. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde de medische beoordeling van de primaire arts. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege onvoldoende toelichting, maar hield de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn medische grieven, maar slaagde er niet in deze met objectieve medische gegevens te onderbouwen. De Raad nam de overwegingen van de rechtbank over en concludeerde dat de medische grondslag van het besluit juist is. Er was geen reden om te oordelen dat appellant niet in staat was de geselecteerde functies te vervullen. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en verwierp het beroep van appellant.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd ondanks medische bezwaren appellant.