ECLI:NL:CRVB:2007:BB8286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit afwijzing bijstandsaanvraag wegens onterecht aannemen gezamenlijke huishouding
Appellant vroeg op 19 oktober 2004 een bijstandsuitkering aan en gaf aan een kamer te huren bij een kennis. Het College van B&W Hengelo nam de aanvraag niet in behandeling en stelde later dat appellant met deze kennis een gezamenlijke huishouding voerde, waardoor bijstand werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat appellant weliswaar zijn hoofdverblijf had in de woning van de kennis, maar dat er geen sprake was van de vereiste wederzijdse zorg die verder gaat dan het delen van woonlasten. Uit het huisbezoek en verklaringen bleek slechts een intentie tot zorg, niet dat daadwerkelijk zorg werd verleend.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en oordeelde dat het College een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt vernietigd.