ECLI:NL:CRVB:2007:BB8302
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens niet verstrekken van gevraagde inlichtingen over vermogenspositie
Appellant diende op 28 december 2004 een aanvraag in voor bijstand voor zichzelf en zijn echtgenote. De bijstand was eerder ingetrokken wegens het niet verstrekken van gevraagde inlichtingen over de aan- en verkoop van 38 voertuigen op hun naam sinds 2000. Het College verzocht appellant om aanvullende informatie over de voertuigen en bankafschriften, maar deze werd onvoldoende verstrekt.
Het College wees de aanvraag op 3 februari 2005 af wegens onvoldoende inlichtingen over de vermogenspositie, en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat appellant onvoldoende inzicht gaf in kasstortingen en de aankoop van een Pontiac in januari 2005.
De Raad oordeelt dat voor de beoordeling van het recht op bijstand de financiële situatie over de periode van 28 december 2004 tot 3 februari 2005 essentieel is. Appellant kon niet aannemelijk maken dat kasstortingen leningen waren met een reële terugbetalingsverplichting en leverde geen bewijs van de autokoop. Daarom is de schending van de inlichtingenplicht terecht vastgesteld en blijft de afwijzing van de bijstand terecht in stand.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsuitkering blijft in stand wegens onvoldoende verstrekte inlichtingen over kasstortingen en autokoop.