ECLI:NL:CRVB:2007:BB8328
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag erkenning als vervolgingsslachtoffer tijdens Japanse bezetting Nederlands-Indië
Appellante, geboren in 1935 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in maart 2006 een aanvraag in voor erkenning als vervolgingsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Zij stelde te zijn geïnterneerd tijdens de Japanse bezetting en ondergedoken te zijn geweest met haar moeder en zusters.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat appellante vervolging in de zin van de Wet had ondergaan. De Raad overwoog dat onder vervolging wordt verstaan vrijheidsberoving door opsluiting of onderduiken om aan vrijheidsberoving te ontkomen, gericht door de vijandige bezettende macht in Nederlands-Indië.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat uit de beschikbare gegevens niet bleek dat appellante daadwerkelijk vrijheidsberoving had ondergaan. Er was geen bevestiging van internering en geen aanwijzing dat zij zich volledig aan het openbare leven had onttrokken of ondergedoken was wegens dreigend gevaar. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de aanvraag tot erkenning als vervolgingsslachtoffer wordt gehandhaafd.