ECLI:NL:CRVB:2007:BB8331
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag erkenning als vervolgingsslachtoffer in voormalig Nederlands-Indië
Appellante, geboren in 1937 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht in maart 2006 om erkenning als vervolgingsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Zij stelde dat zij tijdens de Japanse bezetting geïnterneerd was geweest en ondergedoken had gezeten om vrijheidsberoving te ontkomen.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat appellante daadwerkelijk vervolging in de zin van de Wet had ondergaan. De Raad stelde vast dat er geen bevestiging was van internering en dat er geen aanwijzingen waren voor onderduik met dreigend gevaar voor vrijheidsberoving.
Appellante betoogde dat zij gelijkgesteld had moeten worden met een vervolgingsslachtoffer, maar de Raad oordeelde dat het bestreden besluit daarover niet handelde en dat vernietiging van het besluit niet aan de orde was. Ook werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag tot erkenning als vervolgingsslachtoffer wordt gehandhaafd.