ECLI:NL:CRVB:2007:BB8443
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag WUBO-uitkering wegens ontbreken oorlogsgeweld
Appellant, geboren in 1935 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in februari 2006 een aanvraag in voor een periodieke uitkering als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUBO). Hij verwees naar de gevolgen van het optreden van de Japanse bezetter tegen zijn ouders, waaronder de arrestatie en onthoofding van zijn vader, de onderduik van zijn moeder, een huisuitzetting door de Japanners en het verplicht werken in schoolverband (gotong rojong).
De verweerster wees de aanvraag af omdat niet was gebleken dat appellant was getroffen door oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wet. Er was geen bewijs van huisuitzetting onder excessief geweld, de gotong rojong werd niet als maatregel in de zin van de Wet beschouwd en het schuilhouden was niet het gevolg van direct tegen appellant gerichte maatregelen. De Raad onderschreef dit oordeel en stelde dat de genoemde omstandigheden niet tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer konden leiden.
De Raad benadrukte dat de Wet een beperkte strekking heeft en alleen ziet op specifieke in de Wet omschreven omstandigheden en maatregelen. Hoewel appellant onmenselijke omstandigheden heeft meegemaakt, vallen deze niet binnen het toepassingsbereik van de Wet. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een WUBO-uitkering wordt afgewezen.