ECLI:NL:CRVB:2007:BB8448
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing langdurigheidstoeslag wegens niet voldoen aan WWB-voorwaarden
Appellant en appellante hebben een aanvraag ingediend voor een langdurigheidstoeslag op grond van artikel 36 van Pro de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Utrecht wees deze aanvraag af omdat appellante niet voldeed aan de eis dat zij gedurende 60 maanden een inkomen niet hoger dan de bijstandsnorm had en geen relevant vermogen bezat. Dit werd mede veroorzaakt doordat appellante een periode in Marokko verbleef, waar zij schoolgaand was en door haar ouders werd onderhouden.
De rechtbank vernietigde het besluit van het College, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. De rechtbank oordeelde dat appellante niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 36, lid 1, onder c, WWB, waardoor toekenning van de toeslag niet mogelijk was.
In hoger beroep betoogden appellanten dat appellant, die wel aan de voorwaarden voldeed, ten minste de toeslag voor een alleenstaande had moeten krijgen. De Raad verwierp dit standpunt en bevestigde dat de langdurigheidstoeslag aan gehuwden alleen kan worden toegekend als beide partners aan de voorwaarden voldoen. De Raad oordeelde dat er geen sprake is van verboden onderscheid tussen gehuwden en ongehuwden en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en deed de uitspraak in het openbaar op 6 november 2007.
Uitkomst: De afwijzing van de langdurigheidstoeslag wordt bevestigd omdat niet aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan.