ECLI:NL:CRVB:2007:BB8451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet duurzaam gescheiden leven
Appellant en [B.] ontvingen bijstand, waarbij onderzoek uitwees dat zij ten tijde van de bijstandsverlening niet duurzaam gescheiden leefden, ondanks hun beweringen. Dit leidde tot intrekking van de bijstand en terugvordering van de kosten over de periode van 23 juni 2000 tot en met 31 januari 2005.
De Raad stelde vast dat duurzaam gescheiden leven inhoudt dat de echtgenoten hun leven als gehuwd niet langer gezamenlijk leiden en dat deze toestand bestendig moet zijn. Uit verklaringen van appellant, [B.] en buurtbewoners bleek dat zij niet aan deze definitie voldeden. Culturele argumenten en hulp aan kinderen werden niet als duurzaam gescheiden beschouwd.
Het College was bevoegd tot terugvordering van de bijstandskosten van appellant op grond van artikel 59, tweede lid, WWB, omdat hij niet duurzaam gescheiden leefde en de inlichtingenplicht niet was nagekomen. De Raad oordeelde dat opzet of profijt niet vereist zijn voor terugvordering.
Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen. Partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.