ECLI:NL:CRVB:2015:2281
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande, net als Z, die eveneens bijstand ontving. Het college stelde na onderzoek vast dat zij een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden, waardoor de bijstand herzien werd naar de gehuwdennorm en teveel betaalde bedragen werden teruggevorderd.
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening en terugvordering, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit eveneens ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het advies van de commissie niet als motivering kon worden ingelezen en dat niet was onderzocht of zij profijt had gehad van de bijstand aan Z.
De Raad oordeelde dat het college duidelijk had vermeld dat het advies van de commissie de motivering vormde, en dat het niet relevant is of appellante profijt had van de bijstand aan Z voor de medeterugvordering. De beroepsgronden faalden, en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van bijstand worden bevestigd.