ECLI:NL:CRVB:2007:BB8458
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Weigering gelijkstelling met vervolgde wegens ontbreken materiële toekenning op basis van psychische klachten
Appellant, geboren in 1935 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 een periodieke uitkering en voorzieningen aan vanwege psychische klachten veroorzaakt door oorlogservaringen, waaronder de onthoofding van zijn vader en onderduik van zijn familie.
Verweerster wees de aanvraag af omdat appellant zelf geen vervolging had ondergaan en de psychische klachten niet leidden tot beperkingen die een materiële toekenning rechtvaardigen. Deze afwijzing werd gehandhaafd na bezwaar. De Raad baseerde zich op medische adviezen, waaronder een onderzoek door arts G. Kho, waaruit bleek dat appellant wel slaapproblemen had maar geen significante beperkingen in het dagelijks functioneren.
De Raad oordeelde dat verweerster terecht haar discretionaire bevoegdheid had gebruikt om appellant niet gelijk te stellen met de vervolgde, omdat geen sprake was van een materieel gevolg dat een uitkering of voorziening rechtvaardigt. Er was geen sprake van klaarblijkelijke hardheid en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen grond bestaat voor gelijkstelling met de vervolgde op basis van de psychische klachten.