ECLI:NL:CRVB:2007:BB8492
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens ontbreken causale verband met zwangerschap
Betrokkene, werkzaam als onderzoeker, ontving na haar bevalling een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg en vervolgens ziekengeld op grond van artikel 29a van de Ziektewet. Het UWV beëindigde de uitkering per 1 maart 2004 omdat betrokkene niet langer arbeidsongeschikt was door zwangerschap of bevalling.
De rechtbank en de bezwaarverzekeringsarts baseerden zich op medische rapporten, waaronder die van de behandelend gynaecoloog, en concludeerden dat er geen objectief medisch bewijs was voor voortgezette arbeidsongeschiktheid door de zwangerschap of bevalling. Hoewel betrokkene klachten had, werden deze toegeschreven aan een negatief life-event en niet aan een causale relatie met de zwangerschap.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze conclusies en bevestigde het bestreden besluit. De Raad vond geen reden om het oordeel van de verzekeringsartsen te betwijfelen en stelde dat het causale verband als bedoeld in artikel 29a Ziektewet ontbrak. Er werd ook geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering wegens het ontbreken van een causale relatie met zwangerschap of bevalling.