ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8634
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Geen recht op Ziektewet-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid door zwangerschap of bevalling
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank die het bestreden besluit vernietigde en oordeelde dat de arbeidsongeschiktheid van een werkneemster toe te rekenen is aan zwangerschap en bevallingsklachten. De werkneemster beviel prematuur via keizersnede en meldde zich ziek vanwege psychische klachten na afloop van haar WAZO-uitkering.
De rechtbank oordeelde dat er een causaal verband bestaat tussen de arbeidsongeschiktheid en de zwangerschap/bevalling, mede gelet op medische rapportages en het feit dat de werkneemster haar werkzaamheden gedeeltelijk hervatte kort na juli 2011. De appellant stelde in hoger beroep dat de arbeidsongeschiktheid niet langer aan de zwangerschap toegerekend kon worden, verwijzend naar een rapport van de bezwaarverzekeringsarts die psychische klachten toeschreef aan aanpassingsproblematiek.
De Centrale Raad van Beroep stelt dat het dossier geen aanwijzingen bevat voor een andere oorzaak dan zwangerschap en bevalling en verwijst naar eerdere jurisprudentie die het causale verband bevestigt. De Raad herroept het besluit van 27 juli 2011 en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, waarmee de Ziektewet-uitkering ten onrechte werd beëindigd.
Uitkomst: De Ziektewet-uitkering is ten onrechte beëindigd; het besluit wordt herroepen en de werkneemster behoudt recht op uitkering.